De term sleepwet blijkt wel degelijk accuraat, en de bevoegdheid weinig effectief.
- 01 mei 2026
Uit het recent gepubliceerde jaarverslag van de toezichthouder op de geheime diensten blijkt: De "sleepwet" maakt zijn naam waar. De opbrengst van de sleepnetbevoegdheid stelt teleur, terwijl er wel enorme hoeveelheden gegevens van burgers mee worden binnengehaald. En toch willen de diensten de inzet ervan uitbreiden.
De Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), toezichthouder op de AIVD en MIVD, maakt zich in het onlangs gepubliceerde jaarverslagHet volledige jaarverslag vind je hier zorgen over de "sleepnetbevoegdheid". Hiermee tappen de geheime diensten enorme hoeveelheden online communicatiegegevens van burgers, terwijl dat maar weinig blijkt op te leveren. De term "sleepwet" wordt door de geheime diensten zelf vaak afgedaan als een wat ongelukkig frame. Maar nu blijkt hoe accuraat die term eigenlijk wel niet is. Het middel blijkt weinig effectief ondanks de grote inbreuk op fundamentele rechten. Met de aanstaande herziening van de wet is dit een goed moment om de bevoegdheid opnieuw ter discussie te stellen.
Een tunnelvisie op meer
Al in 2018, toen dit middel werd geïntroduceerd, was de grootste zorg de ongerichtheid: enorme hoeveelheden internetgegevens worden al verzameld voordat er wordt gekeken of er iets verdachts of bruikbaars tussen zit. Daar zou dan tegenover staan dat het gegevens oplevert die van cruciaal belang zijn voor onze nationale veiligheid en die niet op een andere manier verkregen zouden kunnen worden. Uit het laatste jaarverslag van de toezichthouder blijkt nu: de balans tussen de inbreuk en wat het oplevert is zoek.
Ondertussen lijken de diensten wel in een tunnelvisie te zijn beland. Ze breidden hun inzet op dit middel fors uit. Het aantal verzoeken dat de diensten hebben ingediend om onze online communicatiegegevens te mogen tappen, is het afgelopen jaar toegenomen. Het aantal toegangspunten in de Nederlandse internetinfrastructuur waar wordt getapt, is uitgebreid. De omvang van de getapte gegevensstromen is toegenomen. Het middel wordt binnen meer onderzoeken ingezet en de teams binnen de diensten die zich bezighouden met kabelinterceptie zijn gegroeid.
Dat betekent dat de geheime diensten steeds vaker onze gegevens willen onderscheppen. Dat er steeds meer van onze gegevens op de computers van de geheime diensten terechtkomen. Dat steeds meer van onze gegevens door de geheime diensten worden geanalyseerd. En dat steeds meer mensen bij die analyses betrokken zijn. Kortom, de algemene impact die deze bevoegdheid op de samenleving en onze rechten en vrijheden heeft, wordt alleen maar groter.
Terwijl de opbrengst ronduit teleurstelt
Dat zou legitiem kunnen zijn als de opbrengst uit deze dataverzameling de inbreuk rechtvaardigt. En daar zit nu net de crux. De toezichthouder windt er geen doekjes om en schrijft dat de verwachtingen niet worden waargemaakt en dat de omvang van de onderschepte gegevens niet in verhouding staat tot de hoeveelheid nuttige informatie die daaruit wordt gedestilleerd. De opbrengst zou op zijn best te vergelijken zijn met die uit een gerichte hackoperatie, waarbij de inbreuk toch een behoorlijk stuk kleiner is. In andere onderzoeken lijkt het onderscheppen van de kabel zelfs geen bijdrage te leveren, terwijl andere middelen dat wel doen.
Liever ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Het is tijd om te erkennen dat de sleepnetbevoegdheid niet oplevert wat de diensten ervan hadden gehoopt. Dat maakt de inbreuk op de fundamentele rechten van alle mensen wiens gegevens onnodig getapt worden, niet te rechtvaardigen. De toezichthouder geeft al aan dat zij dit zal meenemen in de beoordeling of een bestaande inzet van het middel mag worden verlengd. Het zou fijn zijn als de wetgever het ook meeneemt in de aanstaande herziening van de wet.