“Encryptie is belangrijk, maar toch…”

Facebook dwingen Insta en WhatsApp af te staan is een deel van de oplossing

Pas maar op met wat iemand anders jou stuurt
DOSSIER: Platformen

De Amerikaanse Federal Trade Commission (FTC) en 46 Amerikaanse staten hebben Facebook aangeklaagd voor het misbruik van haar dominante positie. Via de rechtbank willen ze dat Facebook opgesplitst wordt. Is dat voldoende om de negatieve impact van Facebook in te perken?

Gratis en toch duur

In het mededingingsrecht gaat het altijd om twee vragen: heeft een bedrijf een dominantie positie én heeft het die dominantie positie misbruikt? Dat eerste is vaak makkelijk te beantwoorden, het tweede een heel stuk lastiger. Want hoe bewijs je dat Facebook, ook eigenaar van WhatsApp en Instagram, de gebruiker een oor aannaait als het product gratis is? Met de twee rechtszaken wordt nu geprobeerd dat aan de hand van het privacybeleidWired: The government wants to break up the world’s biggest social network. Internal company emails show why. van Facebook aan te tonen. Men wil laten zien dat als de concurrentie op de loer ligt, Facebook terughoudend is met het inperken van jouw privacy op het platform. Maar dat zodra die concurrentie er niet meer is, Facebook schijt heeft aan de gebruiker. Hoewel het gebruik van Facebook geen geld kost, heeft het gebruik van Facebook dus wel een prijs.

Zodra Facebook geen concurrentie ziet, heeft ze schijt aan de gebruiker.

En in die concurrentie heeft Facebook helemaal geen zin. Volgens de FTCLees hier de zeer leesbare aanklacht van Facebook hanteerde Facebook een systematische strategie om concurrentie te belemmeren. Ze stelt dat Facebook, in een poging haar eigen product te beschermen, Instagram en WhatsApp opkocht en vervolgens concurrentieverstorende voorwaarden oplegde aan ontwikkelaars. De toezichthouder verwijst daarbij naar Zuckerbergs eigen woorden: "It is better to buy than to compete."

Hasta la vista Insta

Facebook zag weinig gevaar in "Facebook clones", maar wel in platformen die iets anders deden. Instagram is zo'n voorbeeld. "[M]obile photos [...] will be the future of photos," stelde Zuckerberg. Aanvankelijk breidde Facebook haar dienst uit met een gelijksoortige functionaliteit die moest voorkomen dat gebruikers zouden overstappen. Die strategie bleek niet te werken en Zuckerberg stelde: "In the time it has taken us to get ou[r] act together on this[,] Instagram has become a large and viable competitor to us [...]." En dus viel Facebook terug op oplossing om concurrentie uit de weg te ruimen: opkopen. Volgens Zuckerberg zou dat niet alleen de dreiging die uitging van Insta wegnemen, ook zou het voor andere concurrenten lastiger zijn om die positie in te nemen.

De wetgever moet het mogelijk te maken dat gebruikers van verschillende diensten met elkaar kunnen communiceren.

De toezichthouder eist nu bij de rechter dat Facebook afstand doet van Instagram en WhatsApp. Dat is volgens haar nodig om er voor te zorgen dat de concurrentie weer een kans krijgt. De FTC wil ook dat Facebook al haar overnames vooraf aankondigt en laat goedkeuren en verboden wordt om concurrentieverstorende voorwaarden op te leggen aan softwareontwikkelaars.

Een deeloplossing

De aanklachtenDit is de aanklacht namens de 46 Amerikaanse staten zijn maar het begin van het proces. Het zal nog wel jaren duren voordat de rechter een definitieve uitspraak gedaan heeft. Maar, laten we voor nu even aannemen dat de twee zaken gewonnen worden. Zijn we dan verlost van het probleem van de dominantie van deze platformen? Wij denken van niet. Begrijp ons niet verkeerd: we zijn blij met deze eis, maar we denken wel dat het slechts een deel van de oplossing is. Neem bijvoorbeeld WhatsApp. Als dat losgeweekt is van Facebook, dan is dat fijn. Een ander bedrijf maakt mogelijk (hopelijk!) andere beslissingen dan Facebook. En Facebook kan niet langer gegevens over ons gebruik van WhatsApp verkopen aan adverteerders. Maar nog steeds zou je alleen met andere WhatsApp-gebruikers kunnen chatten als je zelf ook WhatsApp gebruikt. Vergelijk het met Googles zoekmachine. Die kun je lostrekken van Google, maar dat maakt niet automatisch dat de dominantie van de zoekmachine opgelost is. Daar is meer voor nodig.

Hoewel het gebruik van Facebook geen geld kost, heeft het gebruik van Facebook dus wel een prijs.

Om er voor te zorgen dat we minder afhankelijk zijn van deze platforms is het belangrijk om óók in te zetten op bijvoorbeeld interoperabiliteitBits of Freedom: focus op het systeem, niet op de symptomen. De wetgever moet aanbieders van platforms dwingen om het mogelijk te maken dat gebruikers van verschillende diensten met elkaar kunnen communiceren. Dat kan door een platform als WhatsApp te dwingen een standaard protocol te gebruiken of hun eigen protocol te publiceren, waarmee anderen kunnen communiceren. Denk maar aan e-mail: het maakt niet uit welk programma of dienst je gebruikt, zolang het maar een bepaalde openbare standaarden ondersteunt, kun je met elkaar communiceren.

Verandering op komst

De enorme dominantie van een beperkt aantal Amerikaanse technologiebedrijven is al langer een doorn in het oog van de politiek. Ook zij voelen zich steeds onmachtiger, want deze bedrijven zijn vaak ongrijpbaar, soms letterlijk door hun lak aan regels. Daarom verandert ook uit die hoek de toon van het debat. Niet langer zien politici de bedrijven als onze lonkende toekomst. Ook de Europese Commissie wil graag de macht van deze bedrijven inperken. Zij heeft aangekondigd dinsdag een nieuw pakket aan maatregelen voor te stellen, in de Digital Services Act. Verplichte interoperabiliteit maakt daar hopelijk deel van uit.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.