• Menu

0 recente resultaten

Amerika laat beheer van internetadressen en -namen los

Vrijwel geruisloos heeft de Amerikaanse overheid dit weekend het beheer van een belangrijk onderdeel van ons internet uit handen gegeven. Na een strijd van bijna 20 jaar wordt het beheer van domeinnamen en IP-adressen op het internet gedaan door een groep van onafhankelijke en internationale belanghebbenden.

Op het internet zijn computers met elkaar verbonden met een uniek numeriek adres, bijvoorbeeld “2001:888:2000:39::4”. Om het voor ons als gebruikers makkelijk te maken is daar overheen nog een laag gebouwd met makkelijk te onthouden namen, zoals “bof.nl”. Als jij in je browser de naam van een website intikt, vertaalt de computer dat aan de hand van een soort telefoonboek naar een adres van een computer en vraagt daar vervolgens de door jou gewenste pagina op. Die onderliggende systemen zijn, zoals je begrijpt, essentieel voor het functioneren van het internet.

In de beginjaren van het internet, toen het internet niet groter was dan een paar duizend computers, werden die systemen beheerd door een paar techneuten. In de Verenigde Staten deed John Postel dat werk. Hij bepaalde welke top-level-domeinnamen, zoals .com en .nl, in gebruik waren. Hij bepaalde ook dat het beheer van ons eigen .nl-domeinnaam door de Nederlander Piet Beertema werd gedaan. De onstuimige groei van het internet zorgde er al snel voor dat dat teveel werk werd en Beertema deed het beheer van die namen over aan de onafhankelijke Stichting Internet Domeinnaamregistratie Nederland, de SIDN. In de VS gebeurde hetzelfde: Postel droeg het beheer over aan het ICANN, een organisatie die onderdeel uitmaakte van het Amerikaanse ministerie van Handel.

Nu het internet overal op de wereld tot in de haarvaten is doorgedrongen, viel dat laatste – de Amerikaanse overheid die een kernfunctionaliteit van het internet beheert – steeds vaker in slechte aarde. Voor sommige landen, zoals China of Rusland, kunnen de Verenigde Staten het gewoon nooit goed doen. Daarom werd al lange tijd gepleit voor het losweken van de ICANN van de Amerikaanse overheid. Dat geluid kwam ook uit hoeken die in de regel minder moeite hebben met Amerikaanse bemoeienis, zoals de Europese Commissie. “Op de lange duur is het niet te verdedigen dat een overheidsdienst van slechts één land de controle heeft over een internet­functionaliteit die wordt gebruikt door honderden miljoenen mensen over de hele wereld,” zei Eurocommissaris Redding in 2009.

Afgelopen weekend is vrijwel geruisloos de overeenkomst tussen de ICANN en de Amerikaanse overheid verlopen. Daarmee komt het beheer van de domeinnamen en IP-adressen in handen van een internationale en gevarieerde groep van bedrijven, techneuten, organisaties die opkomen voor het algemeen belang én overheden. Hoewel er weinig aandacht voor is geweest, is hier hard over gevochten. Zeker in de laatste maanden hebben tegenstanders een keiharde strijd gevoerd. Amerikaanse politici, hoofdzakelijk uit Republikeinse hoek, hielden hun toehoorders voor dat met het uit handen geven van de macht over de ICANN dictators uit het Midden-Oosten het voor het zeggen zouden krijgen op het internet.

De kans dat dat gebeurt is klein. Of misschien beter gezegd: die kans wordt niet groter dan die al was. Dictators blijken nu al goed in staat om het internet te censureren en communicatievrijheid in te perken. Maar het is wel fijn dat essentiële onderdelen van een internationaal netwerk dat ingrijpt in miljarden levens over de hele wereld niet langer in handen is van een enkel land, maar wordt beheerd door internationale en gevarieerde groep belanghebbenden.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.

Ik geef graag per maand

Ik geef graag een eenmalig bedrag