Hackvoorstel moet van tafel: onze complete analyse

Parlement moet werkgroep internetsurveillance oprichten

Hack 10: Andere landen mogen ons hacken

Vorige week vond een hoorzitting plaats over het afluisterschandaal. Wij waren één van de experts die werden uitgenodigd. Onze suggestie voor een werkgroep die de praktijken en de wet op het gebied van het afluisteren van internetverkeer aan mensenrechten toetst werd goed ontvangen.

Tijdens de hoorzitting hebben wij drie punten aan de orde gesteld.

  • We merkten op dat Plasterk weliswaar ontkent dat de Nederlandse geheime diensten zélf PRISM gebruiken, maar dat hij tegelijkertijd de mogelijkheid open laat dat de diensten informatie uit PRISM van hun Amerikaanse evenknie ontvangen. Dat is natuurlijk even schandalig als het zélf gebruik maken van PRISM – het is het witwassen van surveillance – en op die manier omzeilt de Nederlandse geheime dienst ook nog eens de Nederlandse wet.
  • We merkten ook op dat Plasterk weliswaar suggereert dat in Nederland het “in den brede” afluisteren van mensen niet acceptabel zou zijn, maar dat zijn ministerie ondertussen al anderhalf jaar werkt aan een wet die juist zo een stofzuigertap voor de geheime diensten mogelijk zouden moeten maken. Daarover schrijft hij niets aan de kamer.
  • We vroegen de Tweede Kamer daarom om een expertgroep in het leven te roepen die de huidige surveillancepraktijken van de Nederlandse geheime diensten toetst aan mensenrechtenverplichtingen, en bovendien zorgt dat mensenrechten worden verankerd in de aanstaande herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Die laatste suggestie werd goed ontvangen. We hopen dat het parlement hier nu werk van maakt.

Lees hier de brief die we voorafgaand aan de hoorzitting aan het parlement stuurden (PDF):

brief

 

  1. Surveillance ZUCHT

    Meer surveillance, meer surveillance, in strijd met surveillance. Welja, hang overal camera’s op, volg iedereen op de voet, neem geen ènkel risico. Je hebt welliswaar totaal geen leven meer omdat je niet weet wie je wanneer om welke reden zit te voyeureren, maar gut wat een veilig gevoel.

    Zucht. Het eerste wat gebeurt met zo’n ‘werkgroep’ is overleg met die diensten, die uiteraard ook staatsgeheimpjes moeten kunnen bewaren. Vervolgens komt het aan op papierwinkels. Papieren werkelijkheden met claims die niet te staven zijn. As usual. Proost.

    Weet u wat wèl werkt? Het mogelijk maken dat je zo min mogelijk met internet, telefoons, registraties te maken hebt. Bijzonder lastig omdat overheden en instanties geilen op data en je verplicht bent om mee te doen in die heisa omdat je anders geen vreten hebt en je kunt worden ingeladen als je je op straat vertoont.

    Als de auto dezelfde groeispurt had meegemaakt als internet/telecom en het was nu 1920 geweest en zouden de auto’s huizenhoog opgestapeld staan. “Meer auto’s! Meer verkeersregels! Meer auto’s!”

    Waar is het gezonde verstand gebleven???

  2. koffie

    De Amerikaanse staatsman Benjamin Franklin heeft ooit eens gezegd: “Those who would give up Essential Liberty to purchase a little Temporary Safety, deserve neither Liberty nor Safety.”

    Het is de hoogste tijd om de War on Terror eens kritisch tegen het licht te houden. Ik hoorde onlangs dat pinda-ellergie in de VS jaarlijks tien keer zoveel slachtoffers eist dan terrorisme. Waar blijft dus de “War on Peanut Allergy”? Zijn er wellicht andere criteria om iets erg te vinden dan het aantal slachtoffers? En zo ja, wat zijn die criteria dan?

  3. Pieter Sterk

    De blogpost The Era of Metadata van Peggy Noonan in de Wall Street Journal kan ik van harte aanbevelen aan elke parlementaire werkgroep die iets moet vinden van grootschalige internetsurveillance door de overheid. Het reflecteert onder meer op de rol van politici bij de totstandkoming daarvan. Het lijkt me een nuttige aanvulling op elke toets aan mensenrechten en andere rechten die, hoe belangrijk ook, toch altijd wat abstract blijven voelen. Bovendien zullen voorstanders van massale internetsurveillance met reden zeggen dat ‘veiligheid’ ook een mensenrecht is.

    De schrijfster geeft 5 puntige gedachten weer:

    1. Van data kun je als politicus eigenlijk nooit genoeg hebben. Geen politicus wil in een verkiezing het verwijt kunnen krijgen dat hij niet genoeg gedaan heeft om een aanslag te voorkomen, áls er een bom is afgegaan.

    2. Alle geheimzinnigheid voor de bewaking van onze veiligheid vraagt om een vertrouwen dat we geregeerd (zullen) worden door alleen maar nette mensen. Dat is natuurlijk niet zo. Niet dat mensen per se kwaadaardig zijn, maar de optelsom van menselijke fouten, onverschilligheid, onmacht, partijpolitieke en persoonlijke belangen maakt misbruik op de lange termijn onvermijdelijk.

    3. Massale internetsurveillance wordt voorgesteld als een afweging tussen afweging van het belang van privacy tegenover veiligheid. Dat is geen nuttig denkschema, omdat privacy deel uit maakt van die veiligheid. Het helpt meer om te denken langs de lijnen van (staats)controle tegenover vrijheid.

    4. Vaak wordt gewezen op parlementair toezicht als tegenkracht. Gegeven het hoog technische en bureaucratische karakter van internetsurveillance kan dat niet anders worden dan een wassen neus. Werkelijk effectief toezicht is saai, taai en levert een politicus weinig bonuspunten op.

    5. Privacyrechten en andere inperkingen van grondrechten die eenmaal zijn weggegeven, die krijg je nooit, echt nooit meer terug. Op dat gebied is nooit iets tijdelijk.

    Maak uw keuzes met wijsheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.