ChristenUnie RFID notitie

CBP tegen privacy-bashing

Verzet Tweede Kamer tegen onderhandelingen bewaarplicht

“Het zijn geen vrolijk makende tijden om privacy-waakhond te zijn”, zei Jacob Kohnstamm tijdens de presentatie van het CBP jaarverslag 2004 op 25 mei. De nieuwe voorzitter van het college waarschuwde tegen de huidige boventoon in het bestuurlijk klimaat om geen boodschap te hebben aan nut en noodzaak of aan de opdracht om fatsoenlijk en zorgvuldig om te gaan met gegevensverzamelingen. Technische mogelijkheden bepalen de resultaten en dat leidt tot dubieuze rechtmatigheid van bestuurlijke acties. Hoewel Nederland op dit moment ‘gemiddeld redelijk fatsoenlijk’ omgaat met privacy-normen, maakte de voorzitter zich grote zorgen over de risico’s op korte termijn.

Kohnstamm noemde het jaarlijkse rondje privacy-bashing door hoofdcommissarissen in hun nieuwjaarstoespraken als voorbeeld van ernstige misleiding dat privacy-bescherming in de weg zou staan van politiek-maatschappelijk nuttig geoordeelde doelen. “In 9 van de 10 gevallen blijkt er niets waar te zijn van die stelling, maar functioneert privacy-wetgeving als schaamlap voor organisatorische problemen of onkunde over wat de wet eigenlijk opdraagt.” Concreet noemde Kohnstamm daarbij de problematiek in Den Bosch, waarbij de gemeente had bedacht dat verschillende organisaties informatie over hangjongeren mondeling konden uitwisselen, omdat dat niet onder de Wet bescherming persoonsgegevens zou vallen. Onzin natuurlijk, zei Kohnstamm, en na een bezoek aan Den Bosch kon het College heel goed uitleggen dat er veel meer mogelijk was aan informatie-uitwisseling dan de gemeente dacht.

Ongefundeerde privacy-bashing lijkt een van de belangrijkste verwijten aan de overheid in het jaarverslag van het CBP. Het CBP onderschrijft de noodzaak voor het kabinet om effectieve maatregelen te nemen ter bestrijding van terrorisme. Maar tegelijkertijd wijst zij erop dat machtsuitoefening moet plaatsvinden binnen een systeem van checks and balances: geen bevoegdheid zonder aantoonbare noodzaak en geen bevoegdheid zonder controle op de uitoefening ervan.

Het jaarverslag staat dan ook vol met voorbeelden van nieuwe maatregelen waarvan de noodzaak niet duidelijk is of niet onderbouwd. De informatie-uitwisseling tussen veiligheidsdiensten, politie, openbaar ministerie en IND via een informatieknooppunt, de Contra-Terrorisme-infobox, waar data worden gecombineerd en geanalyseerd. Het is voldoende voor de overheid dat een burger argwaan opwekt, om hem te kunnen observeren. Volgens het CBP is de noodzaak van uitbreiding van deze bevoegdheden tot het verzamelen van informatie niet aangetoond.

Ook het plan voor een bewaarplicht verkeersgegevens noemt het CBP disproportioneel. Het voorstel voldoet niet aan de vereisten van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM): voor het langdurig bewaren van alle verkeersgegevens van onverdachte personen is geen noodzaak aangetoond. Het jaarverslag noemt verder het cameratoezicht in gemeenten, dat vaak niet wordt geëvalueerd, zo blijkt uit eigen onderzoek van het CBP, en waarvan de effectiviteit en noodzaak dus onduidelijk zijn.

In 2005 wil het CBP meer aandacht besteden aan internet en privacy. Het CBP “zal zijn positie als toezichthouder ten aanzien van internet bepalen en publiceren”. Het College wil met name rond de publicatie van persoonsgegevens op websites normen formuleren. Verder wil het CBP meer aandacht voor misbruik van biometrische gegevens, met name de plannen voor de grootschalige centrale opslag van biometrische gegevens uit het nieuwe paspoort. Ook maakt het CBP zich zorgen over het nieuwe zorgstelsel waarbij verzekeraars meer toegang krijgen tot medische gegevens. “Het medisch beroepsgeheim dreigt hier te worden omzeild terwijl de combinatie van privatisering en deregulering onzekerheden schept die nadelig zijn zowel voor de privatisering als voor de privacy”.

Het CBP wil actiever deelnemen aan het maatschappelijk debat. “Het CBP zal zich in veranderende tijden als toezichthouder meer dan voorheen moeten bekommeren om (behoud van) het maatschappelijke en politieke draagvlak voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. [..] Daartoe is het ook een voorwaarde dat het CBP nog meer ‘luistert’, minder vanzelfsprekend vertrouwt op de zeggingskracht van de wet, meer gebruik maakt van de visies en bevindingen van anderen, meer het open maatschappelijke debat zoekt.”

Dit artikel is automatisch geconverteerd uit het oude archief van nieuwsbrieven van Bits of Freedom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.