Verplichte internetblokkade voor Nederlanders

Nieuw wetsvoorstel brengt bewaarplicht verkeersgegevens dichterbij

Bestraffing on-line koersmanipulatie

Via een spoed-aanpassing van hoofdstuk 11 van de Telecommunicatiewet (Tw) komt een algemene bewaarplicht van verkeersgegevens in de telecomsector heel dichtbij. Het wetsvoorstel is op 12 juni aangeboden aan de Tweede Kamer, maar wordt pas na het reces behandeld.

Het huidige artikel 11.5 Tw schrijft voor dat telecomaanbieders persoonlijke gegevens na gebruik moeten verwijderen of tenminste anonimiseren. Maar die verwijderplicht had gespecificeerd moeten worden in een Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB). Daarin hadden de categorie###te verwijderen gegevens moeten zijn omschreven. Die AmvB werd nooit opgesteld en die laksheid is Nederland op een infractieprocedure komen te staan van de Europese Commissie. De verwijderplicht wordt immers dwingend voorgeschreven door de oude privacy-richtlijn voor de telecomsector uit 1997 (97/66/EG). Het wetsvoorstel herstelt die fout en implementeert tegelijkertijd de relevante bepalingen uit de nieuwe e-Communicatie Privacy Richtlijn (2002/58/EG).

Volgens het nieuwe artikel 11.5 Tw moeten aanbieders alle verkeersgegevens na be###diging van de oproep (zodra ze niet meer nodig zijn voor de overbrenging van de communicatie) verwijderen of anonimiseren. Het tweede lid machtigt de aanbieders om verkeersgegevens te verwerken om facturen te sturen, tot het einde van de wettelijke termijn waarbinnen de factuur in rechte kan worden betwist. Verder mogen aanbieders via het derde lid de gegevens gebruiken voor marktonderzoek of verkoopactiviteiten. Tenslotte mogen verkeersgegevens ook worden verwerkt voor de levering van toegevoegde waarde diensten, mits de abonnee of gebruiker daar expliciet toestemming voor heeft gegeven, en die toestemming ook weer te allen tijde kan intrekken.

Via de herziening van hoofdstuk 11 wordt, net als in de nieuwe privacy richtlijn (2002/58/EG), een uitzondering ge###roduceerd op het verwijdergebod, het nieuwe artikel 11.12. Op de verwijderplicht mag een uitzondering worden gemaakt “indien dit noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid en/of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten”. Blijkens de memorie van toelichting heeft de industrie zich via het overlegorgaan OPT beklaagd over de spanning tussen de verwijderplicht enerzijds en de plicht tot het verstrekken van gegevens aan opspoorders anderzijds. De minister ziet hierin geen enkel probleem. “(…)op grond van de richtlijn kan een lidstaat – uiteraard met inachtneming van de geldende nationaal en internationaalrechtelijke regels – bepalen dat aanbieders bepaalde verkeersgegevens niet dienen te verwijderen of anonimiseren, maar voor strafvorderlijke doeleinden tijdelijk dienen te bewaren. In artikel 15 van de nieuwe richtlijn is de mogelijkheid tot het opleggen van een bewaarplicht nadrukkelijk als voorbeeld van de in dat kader door lidstaten te treffen maatregelen genoemd” (p.6).

Hoewel de minister in de memorie van toelichting verwijst naar de mogelijkheid dat opspoorders genoegen moeten nemen met gegevens die al voorhanden zijn, of specifieke toekomstige gegevens, maakt het nieuwe wetsvoorstel het nog makkelijker dan voorheen om een bewaarplicht uit te vaardigen voor de communicatiegegevens van onverdachte burgers. De minister schrijft hierover “Op deze wijze staat buiten kijf dat de hier bedoelde handelingen zijn geoorloofd” (p.14).

  • Kamerstukken II, 2002-2003, 28962, nr. 3

Dit artikel is automatisch geconverteerd uit het oude archief van nieuwsbrieven van Bits of Freedom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.