Nader verslag Kamercommissie over auteursrecht

Aansprakelijkheid internetproviders

Heimelijk cameratoezicht wordt strafbaar

Op 15 mei stemt de Tweede Kamer over het wetsvoorstel elektronische handel. Via deze wet wordt de Europese e-commerce richtlijn (2000/31/EG) uitgevoerd. In de wet wordt ondermeer de aansprakelijkheid geregeld van internetproviders.

De richtlijn schrijft voor dat internetproviders geen toezichtverplichting hebben op het verkeer dat door hun netwerk stroomt of op de informatie die zij hosten. Internetproviders hoeven dus niet actief op zoek te gaan naar strafbaar materiaal of mogelijk illegale activiteiten op hun netwerk. In het algemeen worden providers vrijgesteld van aansprakelijkheid voor materiaal dat ze doorgeven (mere conduit), tijdelijk opslaan (caching) en hosten, zolang ze er niets aan veranderen.

Internetaanbieders zijn in principe niet aansprakelijk voor onrechtmatig materiaal op webpagina’s van hun klanten. Aansprakelijkheid kan pas ontstaan nadat een provider een kennisgeving heeft ontvangen waaruit blijkt dat materiaal onmiskenbaar onrechtmatig is, en de provider op dat moment niet zo snel mogelijk ingrijpt door het materiaal te verwijderen of onbereikbaar te maken.

De aansprakelijkheidsuitzondering levert in de praktijk veel vragen op, hoe kennisgevingen er precies uit moeten zien, wanneer materiaal ‘onmiskenbaar onrechtmatig’ is en wat ‘zo snel mogelijk’ eigenlijk betekent. Het wetsvoorstel geeft geen antwoorden op deze vragen. Ook voorziet het voorstel niet in een vrijwaringsregeling voor providers die een website ten onrechte verwijderen of blokkeren. Klanten kunnen in dat geval een civiele procedure starten om de schade te verhalen. Door deze vaagheid worden providers gedwongen om voor rechter te spelen, en zelf de complexe afweging te maken tussen de belangen van rechthebbenden aan de ene kant, en hun klanten aan de andere kant.

Noch de Europese noch de Nederlandse wetgever hebben dit dilemma willen of kunnen oplossen. Zelfregulering moet nu uitkomst brengen, overleg tussen de branche organisaties van internetaanbieders en rechthebbenden. Daarbij dreigen de rechten van de internetgebruiker gemakshalve over het hoofd te worden gezien, zoals het recht op hoor en wederhoor. Vanuit het perspectief van consumenten en burgers heeft het dan ook de voorkeur dat internetproviders alleen ingrijpen als de onrechtmatigheid overduidelijk is. Twijfelgevallen, zeker wanneer de vrijheid van meningsuiting in het geding is, zouden aan de rechter moeten worden overgelaten. Voorbeelden van jurisprudentie zijn Scientology vs Karin Spaink en Deutsche Bahn vs XS4ALL.

Dit artikel is automatisch geconverteerd uit het oude archief van nieuwsbrieven van Bits of Freedom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.