Kwestbaarheid tapkamers

Minister wil geen tapcijfers registreren

Stemmen via internet

Het ministerie van Justitie heeft geen inzicht in het aantal telefoontaps in Nederland en acht het ook niet zinvol dat in de toekomst bij te houden. Dat blijkt uit antwoorden van minister Nawijn op kamervragen. Marijke Vos van GroenLinks stelde de vragen naar aanleiding van de uitspraak van de bestuursrechter in Amsterdam in de rechtszaak die Bits of Freedom heeft aangespannen. Daarmee wilde Bits of Freedom op basis van de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) de tapcijfers over de jaren negentig te krijgen. De rechter heeft in de uitspraak genoegen genomen met het verweer van het ministerie van Justitie dat er geen cijfers over het tappen in Nederland worden bijgehouden. In 1998 zou het aantal taps eenmalig zijn geïnventariseerd en bleken er 10.000 taps geplaatst, waarvan 7000 op mobiele netten en 3000 op vaste netten.

“Ik zie geen meerwaarde in een afzonderlijke landelijke registratie van de inzet van opsporingsmethoden”, aldus Nawijn. De minister geeft wel toe dat er cijfers bestaan over 1998. “In 1998 is op het verzoek van het Overlegorgaan Post en Telecommunicatie deelorgaan aftappen (OPT-daf) het aantal taps geïnventariseerd. De door u genoemde cijfers betreffen een opgave van de regionale tapkamerbeheerders over het jaar 1998.”

Vreemd genoeg gaat de minister in zijn antwoord uitgebreid in op de stijging van het aantal taps in recente jaren. Hiermee geeft de minister aan wel degelijk cijfers over verschillende jaren te kunnen vergelijken. “Het aantal taplasten is echter door het gebruik van nieuwe telecommunicatietechnieken en door het veranderd gebruik van telecommunicatie wel aanzienlijk toegenomen.”

De suggestie om een centrale toezichthouder in stellen zoals de Communications Commissioner in Engeland wordt door de minister afgewezen. Toetsing door de rechter achteraf is volgens hem voldoende. “Het justitiële tapbevel wordt gegeven door de officier op machtiging van de rechter-commissaris. Achteraf toetst de strafrechter de toepassing van het middel.” Daarmee gaat de minister voorbij aan het feit dat slechts een deel van alle taps als bewijsmateriaal in een rechtszaak belandt. De Engelse Communications Commissioner kijkt nu juist ook naar wat er mis gaat bij taps die nooit in een strafdossier verschijnen.

De minister zegt ook niet te weten hoe vaak verdachten een notificatie krijgen van een tap. Iedereen die is getapt door de politie moet in principe na afloop hiervan op de hoogte worden gesteld. “Van deze notificatie wordt geen centrale registratie bijgehouden; cijfers zijn mij dan ook niet bekend.”

Overigens krijgen de telecommunicatieaanbieders een vergoeding voor elke uitgevoerde tap. Uit de financiële administratie van deze betalingen zou het aantal taps makkelijk af te leiden zijn. In de rechtszaak liet het ministerie weten wel over de rekeningen te beschikken maar deze nog nooit bij elkaar te hebben opgeteld.

  • Antwoord Nawijn op vragen van lid Vos (31 maart 2003) Tweede Kamer, 2002­2003, Aanhangsel handelingen 1035, p. 2163
  • Uitspraak rechter Bits of Freedom versus de Staat http://www.bof.nl/docs/tap_wob_2003.pdf

Dit artikel is automatisch geconverteerd uit het oude archief van nieuwsbrieven van Bits of Freedom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.