Maak je je zorgen over je privacy? Dit kan je doen.

De week van de leugens van Google, barcodes en genetwerkt feminisme

Gedogen in Nederland is negeren dat de politie zich niet aan de wet houdt

Dit zijn de interessante, ontroerende, zorgwekkende en/of hilarische linkjes over internetvrijheid die ik deze week graag met je deel.

Twee leugens van Google, waar liegen ze nog meer over?

In een blogpost kondigde Google aan dat ze een project zijn gestart om de toegang van derden tot al hun data interfaces (API's) onder de loep te houden. In dezelfde post maakten ze bekend dat ze de stekker uit hun sociale netwerk Google+ trekken.

Als je de post beter leest dan kom je er achter dat het eigenlijk een aankondiging is van een beveiligingsprobleem met een potentieel gigantisch datalek: Google+ apps konden toegang krijgen tot profielvelden die niet publiek waren gemaakt door de gebruiker. Google heeft dit maanden geleden ontdekt (en opgelost), maar komt er nu pas mee naar buiten. Google heeft een slap juridisch verhaal over waarom ze er niet eerder over hebben gepubliceerd, maar het is natuurlijk duidelijk dat ze eerst wilden wachten tot de Facebookstorm—die ook ging over het lekken van informatie naar derden via API's—een beetje over zou zijn gewaaid. De Electronic Frontier Foundation vindt dit verdoezelen misschien wel erger dan het probleem en ik ben dat eigenlijk wel met ze eens.

The Intercept publiceerde over een andere leugen van Google. Een paar weken terug schreef ik over Google's vermeende plannen om toch weer actief te worden op de Chinese markt, met een zoekmachine die kan voldoen aan de censuureisen van de Chinese overheid. Google's reactie was toen dat deze ambitie in een heel vroege fase zat en dat er nog geen concrete plannen waren om de Chinese markt op te gaan. Gelekte notulen van een interne meeting laten anders zien: het zoekproduct zou binnen zes tot negen maanden al gelanceerd kunnen worden. Zo langzaamaan dringt de vraag zich op: waar liegt Google nog meer over?

Het lekken van dit soort notulen is een symptoom van iets dat steeds vaker gebeurt: medewerkers van technologiebedrijven die in actie komen en protest aantekenen tegen hun eigen werkgever. In The New York Times wordt wat verder gekeken naar die trend. Medewerkers denken steeds meer na over de impact van de producten waar ze aan werken en maken als gevolg steeds vaker principiële keuzes. Ook studenten zijn bewust: afgelopen juni tekenden meer dan 100 technische studenten de belofte dat ze niet zouden solliciteren bij Google als het bedrijf door zijn gaan met zijn controversiële Project Maven contract (beeldherkenning voor drones van het Amerikaanse leger).

Fraude zoeken, menselijkheid vinden

In de VS is er een systeem dat checkt of er niet gefraudeerd wordt met food stamps. Winkeliers die aangesloten zijn bij het programma worden gecontroleerd door een algoritme. Bij verdachte patronen kan er worden ingegrepen. The Intercept laat heel mooi zien dat dit algoritme niet rekening houdt met de sociale praktijken van kleinere buurtwinkels. Centraal staat een voorbeeld van een winkelier die zijn klanten wat krediet geeft—gewoon uit medemenselijkheid—en er daarna van verdacht wordt deze mensen cash te geven voor hun food stamps. Zonder verder onderzoek (en dus zonder enig bewijs van fraude) is hij afgesloten van het programma en dus van ongeveer 40 procent van zijn omzet. Helaas ben ik bang dat ook in Nederland steeds vaker de bewijslast omgedraaid wordt op het moment dat de computer onregelmatigheden vindt.

Geef hier je e-mailadres op om deze lees-, luister en kijktips elk weekend in je inbox te ontvangen.

In wiens computer gaan we wonen?

Eerst ging de strijd om welke computer we zouden gebruiken (gewonnen door Microsoft). Toen ging het om welke computer we overal mee naar toe zouden nemen (gewonnen door Apple als het om winst gaat, door Google als het om marktaandeel gaat). Inmiddels lijkt de strijd te gaan om in wiens computer we gaan wonen: welk computersysteem mag in ons huis alles aan elkaar knopen? Ben Thompson analyseert de huidige vier opties op de Amerikaanse markt. Hij doet dat aan de hand van hun sterke en zwakke punten, hun vermogen om de markt te bereiken en hun achterliggende business model. Volgens hem is Facebook volledig out of touch. Hoe kunnen ze anders juist op het moment waarop het vertrouwen in het bedrijf op een dieptepunt is een apparaat uitbrengen met een ingebouwde camera die je volgt? Volgens Thompson is het uiteindelijk Google die de beste uitgangspositie heeft en deze strijd zal gaan winnen. Maar hij denkt ook dat deze strijd niet zo episch zal zijn als de smartphone wars: niets is immers belangrijker dan het apparaat waar we zowat mee vergroeid zijn.

Gegevens die je niet hebt kunnen ook niet door een insider stiekem verkocht worden

Eén van de redenen waarom het belangrijk blijft dat opsporingsdiensten zo min mogelijk data verzamelen en de toegang tot die data extreem zorgvuldig regelen (dus niet zoals onze politie dat doet met de database waarmee naam en adresgegevens aan telefoonnummers en IP-adressen worden gekoppeld) is omdat er altijd een risico is dat een insider besluit om de gegevens te misbruiken. Deze Franse politieman maakte het wel heel erg gortig. Hij verkocht de techniek om mensen te volgen op basis van de locatie van hun telefoon en adverteerde het als mogelijkheid om je partner of rivaliserende gangs in de gaten te houden.

Wat zien we niet als we alleen maar tellen?

Dit stuk van Momtaza Mehri is niet makkelijk. Ze schrijft op vrij briljante wijze over het genetwerkte feminisme rondom de #metoo hashtag. Ze maakt daarbij dit belangrijke punt: “Quantitative data isn’t very useful in determining who is left behind in the counting, or rather, by the algorithms.” Ze denkt dat de pijn van seksueel geweld rondzingt zonder dat er een echte analyse wordt gedaan van waar deze pijn uit bestaat en de fundamenten die de pijn mogelijk maken. “Framed another way, what happens after we expose our wounds to the very institutions which injure us in the first place?”

Muziek maken met barcodes

Met dank aan prosthetic knowledge (ook voor het monteren van het filmpje) heb ik genoten van dit Japanse collectief dat muziek maakt met barcodescanners en barcodes. Check ook hun outfits (aan het einde van de video)!

  1. Kea

    IOT: Als mijn ogen zo slecht zijn dat ik niet meer kan lezen, als mijn vingers zo stram worden dat ik het lichtknopje niet meer kan omdraaien, als ik geen zeven meter meer kan lopen om de gordijnen dicht te doen, als mijn brein zo is afgetakeld dat ik niet meer kan typen en zoeken, dan, ja dan wordt het misschien tijd om mijn autonomie over te leveren aan een home pod.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.