Marktplaats niet verplicht tot proactief verwijderen

CBP: sms-actie politie is toegestaan

Nieuwe Wob kiest vooral perspectief van de overheid

Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) vindt dat de Rotterdamse politie juist heeft gehandeld bij het massaal versturen van sms-berichten om getuigen op te roepen zich te melden. De politie Rotterdam-Rijnmond wilde in contact komen met getuigen van de rellen rond het voetbalstadion de Kuip in Rotterdam op 17 april 2005.

De politie vroeg daartoe bij de mobiele telefoonaanbieders alle mobiele nummers op die ten tijde van de rellen in de omgeving van het stadion zijn gebruikt. Volgens het onderzoek van het CBP ging het daarbij om telefoons die tussen 10.30 en 11.30 uur op 17 april 2005 in het postcodegebied 3077 te Rotterdam zijn gebruikt. De Rotterdamse politie stuurde vervolgens naar 17.000 nummers een sms-bericht.

Het CBP noemt het opvragen van zendmastgegevens een gerechtvaardigd middel om getuigen te zoeken. “Een buurtonderzoek dat op deze wijze uitgevoerd wordt, kan gerechtvaardigd zijn, mits deze gegevens alleen ingezet worden voor de opsporing van verdachten van ernstige feiten. Ook hier geldt dat telkens een nieuwe afweging moet plaatsvinden of het noodzakelijk is een dergelijke sms-actie in te zetten.”

Ook heeft de politie volgens het CBP gebruik gemaakt van een juiste vordering. “Het vorderen van verkeersgegevens ten behoeve van het opsporen van verdachten c.q. het verzoeken om hulp bij de opsporing kan plaatsvinden op basis van artikel 126n WvSv.” Het CBP stelt in het onderzoek vast dat telefoonnummers in dit geval persoonsgegevens zijn in de zin van de WBP. “Bij telefoonnummers gevorderd door de opsporende instanties waarbij er nog geen naw-gegevens zijn opgevraagd, is sprake van persoonsgegevens omdat het voor opsporende instanties relatief weinig inspanning kost de bijbehorende naw-gegevens alsnog te achterhalen.”

Het CBP onderzocht ook het publiceren van foto’s van verdachten van de rellen op internet. Het CBP komt tot de conclusie dat de politie en het Openbaar Ministerie gewetensvol hebben gehandeld. “Dit blijkt uit de omstandigheden dat het aannemelijk is dat in ieder afzonderlijk geval een individuele afweging is gemaakt, dat rekening is gehouden met de zwaarte van de delicten in het publicatietraject en dat de foto’s zijn verwijderd zodra de identiteit bekend was van de desbetreffende verdachte.”

Het OM beschouwt de mogelijkheid voor verdachten om zich te melden voordat de publicatie van de foto’s plaats vindt, als een zorgvuldige procedure. Het CBP is het daar niet helemaal mee eens. “Aan de andere kant is het zich melden in deze omstandigheid een vorm van meewerken aan de eigen veroordeling zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid EVRM.”

Dit artikel is automatisch geconverteerd uit het oude archief van nieuwsbrieven van Bits of Freedom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.