Nederland nog steeds tapland

Eerste Kamer neemt identificatieplicht aan

Code e-mail reclame bevat verrassing

De Eerste Kamer is op 22 juni akkoord gegaan met het wetsvoorstel over de invoering van de identificatieplicht. De Wet op de uitgebreide identificatieplicht verplicht iedereen vanaf 14 jaar om een identiteitsbewijs te tonen op verzoek van de politie of toezichthouders. De politie mag dit eisen ‘voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van de politietaak’.

Het voorstel is door de Eerste Kamer na stemming aangenomen. SP, GroenLinks, SGP en de leden Van Middelkoop (ChristenUnie), Witteveen, Hamel en Eigeman (allen PvdA) stemden tegen.

Het wetsvoorstel houdt geen verplichting in om altijd een identiteitsbewijs te dragen (draagplicht) maar wel de plicht om op verzoek te tonen (toonplicht). Tijdens het overleg in de Tweede Kamer bleek dat in de praktijk iedereen toch een identiteitsbewijs moet gaan dragen omdat niet te overzien is wanneer er naar gevraagd wordt. Zo kunnen getuigen van een verkeersongeval verplicht worden hun identiteit te tonen. Met een dergelijk gebrek aan voorzienbaarheid wordt de toonplicht vanzelf een draagplicht. Maar de politie mag geen controles uitvoeren alleen maar om te kijken of iedereen een identiteitsbewijs bij zich draagt. Minister Donner gaf in de Tweede Kamer toe dat dit subtiele verschil heel moeilijk is uit te leggen tijdens een postbus 51 campagne. Het advies aan het publiek zal dan ook zijn dat het dragen van een identiteitsbewijs ‘verstandig’ is.

Het wetsvoorstel treedt op 1 januari 2005 in werking. Het kabinet wil nu geen nieuwe aparte identificatiekaart invoeren. Voor personen met de Nederlandse nationaliteit zijn dat het paspoort en de Nederlandse identiteitskaart. Voor vreemdelingen gelden de documenten die zijn aangewezen in de Vreemdelingenwet 2000, zoals het vreemdelingendocument. Verlopen of ongeldige identiteitsbewijzen worden niet geaccepteerd. Nieuw is ook de erkenning van het rijbewijs als algemeen identiteitsbewijs.

Minister Donner heeft de noodzaak voor de invoering van een identificatieplicht slechts in heel algemene bewoordingen verdedigd. Concrete voorbeelden die hij in beide Kamers noemde, waren vaak zo discutabel dat zelfs voorstanders van de identificatieplicht erdoor aan het twijfelen werden gebracht. “Het gaat daarbij in het bijzonder om fietsers en voetgangers die worden staande gehouden voor strafbare feiten die opzich geen aanhouding nodig maken”, aldus de minister op 22 maart in de Eerste Kamer. In de Tweede Kamer was de minister iets concreter en noemde fietsen door rood licht, fietsen op de stoep en hondenpoep op de stoep. Verder noemt de minister het bevel tot doorlopen dat in de Tweede Kamer werd omschreven als het bestrijden van ramptoerisme. Tot slot heeft de identificatieplicht nog voordelen voor personen die gewond of onwel worden aangezien “de politie ook adequater [kan] optreden (contact zoeken met professionele hulpverleners) als bekend is met welke persoon zij van doen heeft”, aldus de minister.

Dit artikel is automatisch geconverteerd uit het oude archief van nieuwsbrieven van Bits of Freedom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.