Eerste Kamer behandelt identificatieplicht

Wet elektronische handel aangenomen

Ierland keurt Nederlandse stemmachines af

De Eerste Kamer heeft op 11 mei de Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel zonder stemming aangenomen. De wet is een omzetting van de Europese e-commerce richtlijn (2000/31/EG).

De wet regelt de aansprakelijkheid van internetproviders. In principe zijn ze niet aansprakelijk voor het gedrag van hun klanten, behalve in hele specifieke gevallen wanneer zij websites hosten. Daarbij geldt een driestappentoets. Providers riskeren alleen aansprakelijkheid als ze een klacht hebben ontvangen, als uit die klacht blijkt dat de onrechtmatigheid onmiskenbaar is en als ze dan niet ingrijpen. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer is de aansprakelijkheid wel uitgebreid. In gevallen waarin een klager schadevergoeding eist (bijvoorbeeld de muziekindustrie), riskeert een provider geen claims als het gaat om materiaal waarvan ze ‘niet redelijkerwijs behoort te weten’ dat het een onrechtmatig karakter heeft. Hoe een provider iets zou ‘behoren’ te weten blijft in het ongewisse, aangezien de e-commerce richtlijn providers nadrukkelijk vrijwaart van de plicht om actief te monitoren.

In de Eerste Kamer is verder gediscussieerd over de aansprakelijkheid van chatbox-houders. Dat blijkt uit de memorie van antwoord die op 6 april 2004 verscheen. Leden van de VVD-fractie vroegen zich af of eigenaren van chatboxen zich op dezelfde uitsluiting van aansprakelijkheid konden beroepen als hostingproviders. Volgens de ministers (Donner en Brinkhorst) is dat inderdaad het geval, zolang de houder niet op de hoogte is van een eventuele onrechtmatigheid. Als er toezicht is op de chatboxen, is een houder helemaal gevrijwaard. “De exploitant is dan namelijk geen ‘host’ in de zin van de richtlijn en het wetsvoorstel.” Over de aansprakelijkheid bij doorgifte van nieuwsgroepen (via usenet), is verder niet gesproken.

De aanpassingswet regelt behalve de rol van providers ook algemene consumentenrechten in een elektronische omgeving, zoals de verplichting om algemene voorwaarden vooraf ter hand te stellen. Uit het debat in de Eerste Kamer is duidelijk geworden dat ‘ter hand stellen’ zich niet tot papier beperkt, maar dat een hyperlink naar de voorwaarden afdoende is, zelfs als die hyperlink per SMS wordt verstrekt. Het is niet nodig “dat de wederpartij uitdrukkelijk langs de algemene voorwaarden moet worden geleid en zich uitdrukkelijk met toepasselijkheid daarvan akkoord moet verklaren.” Daarmee resulteert de wet in een verslechtering van de rechtspositie van consumenten.

Sinds de wet Kopen op Afstand (van kracht op 1 februari 2001) geldt de regel dat consumenten een overeenkomst die ze langs elektronische weg hebben afgesloten, binnen 7 dagen kosteloos mogen herroepen. Die wet verplicht verkopers om vooraf duidelijke informatie te geven over de belangrijkste kenmerken van het product, zoals de prijs, eventuele bijkomende kosten en service. In de praktijk hebben de meeste marktpartijen dit geïnterpreteerd als een verplichting om hun voorwaarden vooraf te laten lezen. Juist omdat weinig mensen de moeite nemen om de kleine lettertjes te bestuderen, zou het beter zijn geweest als ze er altijd dwingend mee werden geconfronteerd bij overweging van een aanschaf.

Dit artikel is automatisch geconverteerd uit het oude archief van nieuwsbrieven van Bits of Freedom.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.