CNV stelt gedragscode voor internet op

Wet telecommunicatie naar de Tweede Kamer

Open Source Software conferentie

Op 17 april heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel ontvangen om de Telecommunicatiewet grondig te herzien. Deze zomer verstrijkt de deadline voor het implementeren van een heel pakket nieuwe Europese telecommunicatie richtlijnen. Met de richtlijnen probeert Brussel de telecommunicatiemarkt verder te liberaliseren, met spelregels voor de toegang tot netwerken en infrastructuren. Daarnaast worden de rechten van consumenten beter beschermd, ondermeer met een spamverbod.

Het wetsvoorstel bevat, in tegenstelling tot een eerder concept, geen mogelijkheid meer om een telecommunicatiedienst of netwerk te verbieden wanneer deze “een directe en ernstige bedreiging vormt voor de veiligheid van de staat of de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde”. Op het gebied van spam is het wetsvoorstel ongewijzigd in vergelijking met het eerdere concept. Het opt-in principe is van toepassing, maar de handhaving daarvan blijft een groot vraagteken.

Volgens de Europese Richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie (2002/58/EG) is het versturen van “email voor het overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerci###, ide### of charitatieve doeleinden aan abonnees uitsluitend toegestaan, indien de desbetreffende abonnee daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend”. Dit verbod wordt in Nederland opgenomen in artikel 11.7 van de telecommunicatiewet. De definitie van email is ruim genomen in de toelichting, zodat ook SMS en MMS eronder vallen. Bedrijven mogen wel hun bestaande klanten emailen met aanbiedingen voor “eigen gelijksoortige producten of diensten”.

Het artikel verbiedt daarnaast het versturen van bulk email met een valse of ontbrekende afzender of een ontbrekende afmeldmogelijkheid. Alleen voor dit onderdeel is een duidelijke handhaving bedacht. Overtreding wordt strafbaar gesteld in de Wet op de economische delicten. Voor de kern van het spamverbod, het ongevraagd toezenden zonder voorafgaande toestemming, is geen handhaving opgenomen. Hiermee wordt de suggestie gewekt dat de overheid voorlopig de mogelijkheid open laat om het spamverbod door middel van zelfregulering op te lossen. Aangezien er geen vereniging van spammers bestaat, lijkt dit een heilloze weg.

In een eerder voorstel dat naar de Raad van State is gestuurd (zie IViR dossier) stond het opmerkelijke hoofdstuk 2A waarmee de overheid de bevoegdheid kreeg om telecommunicatiediensten of netwerken te verbieden. Een dienst of netwerk kon verboden worden op grond van het nieuwe artikel 2A.1 van de telecommunicatiewet wanneer deze “een directe en ernstige bedreiging vormt voor de veiligheid van de staat of de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde”. In de toelichting werd de reikwijdte van het artikel toegelicht: “Zo zou het kunnen zijn dat als gevolg van nieuwe technische faciliteiten het voor opsporingsinstanties of inlichtingen- of veiligheidsdiensten feitelijk niet langer mogelijk is om een telecommunicatiedienst af te tappen doordat de dienst de gebruiker faciliteiten biedt om te ontkomen aan effectieve opsporing in geval van vermoedelijk strafbaar handelen”. Met deze bevoegdheid had de minister bijvoorbeeld anonieme diensten (pre-paid) kunnen verbieden. De toelichting op het wetsvoorstel en het advies van de Raad van State vermelden niet de overwegingen om dit draconische hoofdstuk te schrappen.

Dit artikel is automatisch geconverteerd uit het oude archief van nieuwsbrieven van Bits of Freedom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.