De week van privacy als zondebook, ambient privacy en de schaamteloosheid van The North Face

De week van privacy als zondebook, ambient privacy en de schaamteloosheid van The North Face

Geheime diensten lopen een jaar achter en zijn er nog steeds niet

Dit zijn de interessante, ontroerende, zorgwekkende en/of hilarische linkjes over internetvrijheid die ik deze week graag met je deel.

De schaamteloosheid van The North Face

Check deze video even:

De samenvatting: The North Face is te gierig om voor advertentiekosten te betalen en vandaliseert Wikipedia om hun eigen brand te pushen. Ik vind dit zo verschrikkelijk schaamteloos. Er was dus niemand bij de ad agency én niemand bij The North Face die dit idee hoorde en zei: “Yo, dit is duidelijk een matig plan, gaan we niet doen.” Voor mij is het een metafoor voor hoeveel schijt bedrijven kunnen hebben aan collectieve belangen en het publieke domein. (Als ik in de toekomst ooit nog hele dure Amerikaanse outdoorspullen wil ga ik dus naar Patagonia).

Privacy als zondebok van alle onveiligheid in de samenleving

Netkwesties vond in hun archief een brief uit 2002 van Lodewijk Asscher aan Ad Melkert. Melkert had in een persconferentie over veiligheid gezegd dat de ‘theologie van privacy’ moest wijken voor praktische oplossingen. Dit was duidelijk nog niet de Asscher die als minister in een kabinet zat dat het geen probleem vond om de sleepwet erdoorheen te pushen. Hij schreef toen namelijk:

'Ik heb toch niets te verbergen' is het veelgehoorde commentaar van de Nederlanders op het recht op privacy. Men lijkt niet te beseffen dat opgegeven privacy zich slechts moeilijk laat terugwinnen. En ook mensen die niets te verbergen hadden werden stelselmatig afgeluisterd in de DDR en andere Oostbloklanden. Uitholling van de grondrechten zal uiteindelijk niet bijdragen aan het subjectieve veiligheidsgevoel.

En vraagt vervolgens aan Melkert om zijn vergissing snel ongedaan te maken.

Geef hier je e-mailadres op om deze lees-, luister en kijktips elk weekend in je inbox te ontvangen.

‘Ambient’ privacy

Dit is de tweede week op rij dat ik een fantastisch stuk van Maciej Cegłowski kan delen. In dit artikel legt hij uit hoe het komt dat Facebook en Google nu opeens ook pro-privacy teksten beginnen uit te slaan en hoe weinig we daar echt aan hebben. Volgens hem komt dit omdat we privacy nog steeds bekijken zoals we dat in de 17e eeuw deden: het beschermen van individuele persoonsgegevens. In plaats daarvan zouden we aandacht moeten hebben voor wat hij ‘ambient privacy’ noemt:

The understanding that there is value in having our everyday interactions with one another remain outside the reach of monitoring, and that the small details of our daily lives should pass by unremembered. What we do at home, work, church, school, or in our leisure time does not belong in a permanent record. Not every conversation needs to be a deposition.

Cegłowski wil dat we rondom privacy eenzelfde perspectiefverandering ondergaan zoals we dat met het beschermen van de natuur hebben gedaan. Dus naar een begrip dat dit een collectief probleem is.

Kant is makkelijker te lezen dan het privacybeleid van Airbnb

De New York Times las het privacybeleid van 150 techbedrijven en heeft die fantastisch gevisualiseerd. Niet verrassend: ze zijn extreem lang en ze zijn heel slecht leesbaar en moeilijk te begrijpen. Met een tekstanalysetool concludeerde de Times dat het privacybeleid van Airbnb moeilijker te lezen was dan de Kritiek van de zuivere rede van Immanuel Kant.

Het beleid van Google ging van twee minuten leestijd in 1999 naar dertig minuten in 2018 (door de Europese privacyregels werd hun beleid wel leesbaarder). Het is duidelijk dat deze teksten er niet zijn om gebruikers te informeren, maar om deze bedrijven juridisch in te dekken.

De boeken van Neal Stephenson zijn nóg langer dan dit interview met hem

Het lukt mij zelden om de boeken van Neal Stephenson uit te lezen (te barok voor mijn smaak). Na het lezen van dit interview kreeg ik toch weer zin in de 800+ pagina's van zijn laatste roman. Hij denkt daarin na over de grote vragen die technologie in onze samenleving oproept. In zijn boek wordt het vermijden van misinformatie bijvoorbeeld iets voor de hogere klassen:

I think the only way to get good content out of the internet is by having humans in the loop. The reason that social media systems are architected the way they are, as I mentioned before, is because humans are expensive and you can't scale that kind of system to serve billions and billions of people. What that kind of implies is that if you did want a curated, edited stream, that you would have to pay for it.

So that means that access to that kind of higher-quality view of the world becomes a class-based situation where people who've got the money to pay for or partially pay for human editors and curators are getting higher-quality info, which I think is just a slight kind of magnification or intensification of the way things are now anyway.

Een glorieuze animatie van de populariteit van sociale netwerken

The Next Web heeft het aantal actieve maandelijkse gebruikers voor elk van de populaire sociale netwerken op een rijtje gezet. En dat voor de afgelopen zestien jaar. En dan in een glorieuze animatie inclusief bombastische muziek. LinkedIn blijkt er al bij te zijn vanaf het begin, er was een tijd dat Google Buzz het op twee na grootste netwerk van de wereld was, en Friendster had jarenlang een gigantische voorsprong.

Bonus: De emotionele surveillance van Spotify

Op mijn leeslijst voor dit weekend staat dit artikel in The Baffler:

En als ik dan toch op die site ben, dan neem ik ook de kritiek van Audrey Watters mee op de 13 miljard aan durfkapitaal dat in de onderwijstechnologiewereld is gepompt in de afgelopen vijf jaar:

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.