Volgende stap in campagne voor digitale vrijheid

Waarom "embedden" geen auteursrechtinbreuk is

EDRI steunt Bits of Freedom
DOSSIER: Platformen

Bits of Freedom heeft onlangs deelgenomen aan een debat over de vraag of het “embedden” van video’s op websites “openbaarmaking” in de zin van de Auteurswet kan zijn. Dat is relevant, omdat Buma/Stemra pas dan een aanknopingspunt heeft om embedders – of de sites waar de video’s worden embed – auteursrechtelijk aan te spreken. Onze opponent Hendrik Struik verdedigde het opmerkelijke standpunt dat hyperlinken een vorm van openbaarmaking is, en dat embedden dat dus al helemaal is. Wij verdedigden juist het standpunt dat embedden geen openbaarmaking is. Hieronder een samenvatting van onze stelling.

De belangrijkste reden dat “embedden” zich in zo grote belangstelling mag verheugen, is dat Buma / Stemra het onzalige plan had opgevat om honderden euro’s te vragen aan 12-jarigen die hun favoriete muziekvideo op Hyves wilde embedden. Het is overigens goed voorstelbaar dat Buma dat aantrekkelijk vond, want alleen bij YouTube worden wereldwijd maandelijks miljoenen video’s ge-embed en worden meer dan honderd miljoen video’s bekeken via embeds. Na massaal protest, waaronder door Bits of Freedom (PDF), werd de regel ingetrokken.

Dat alleen maakt de stelling dat hyperlinken een vorm van openbaarmaking is, bijzonder dapper. Dat is namelijk het fundament van het world wide web. Het verbaast dan ook niet, dat ongeveer alle rechters het met elkaar eens zijn dat hyperlinken geen openbaarmaking is. Een willekeurige selectie:

Technisch is er vrijwel geen verschil tussen hyperlinken en embedden. Ter illustratie nemen wij het MiniNova-vonnis, waarin werd geconstateerd dat MiniNova geen torrents openbaarmaakte:

  • iemand is op zoek naar een muziekje op een platform (bijvoorbeeld MiniNova)
  • die downloadt de link naar dat muziekje van het platform
  • en haalt het vervolgens het muziekje binnen, niet van het platform , maar van andere computers

De rechtbank vond terecht dat de platformaanbieder niet openbaarmaakt, omdat dit muziekje:

“niet via het platform van Mininova de gebruiker bereikt, maar […] deze [wordt] rechtstreeks […] overgedragen vanaf de computers van mede- internetgebruikers naar de gebruiker die het bestand wil hebben. Mininova heeft op geen enkel moment de macht over het bestand zelf en kan het dus ook niet bewerken of verwijderen, en in zoverre evenmin voorkomen dat het bestand de downloader bereikt.”

Embedden is hier vrijwel niet van te onderscheiden:

  • iemand bezoekt een blog
  • daar is een leuk filmpje van OK GO ge-embed
  • de bezoeker bekijkt het filmpje, dat wordt gestreamd van de server van YouTube

Dit staat in schril contrast tot de arresten over “secundaire openbaarmaking” op grond waarvan wordt gesteld dat embedden een vorm van openbaarmaking zou zijn, want er is steeds sprake van doorgifte:

  • Cafe-radio (HR 6 mei 1938): Tsarewitsj werd opgevangen door cafe, doorgegeven aan cafegasten
  • Kabelarresten (bijv. HR 30 oktober 1981): doorgifte van radiopiraten is een openbaarmaking
  • Rafaeles (zaak C-306/05): signaal wordt opgevangen door hotel, en doorgegeven naar hotelkamer

Ook de Auteursrechtrichtlijn heeft hierin geen verandering gebracht. Deze richtlijn, die het openbaarmakingsbegrip in de verschillende Europese landen harmoniseert, geeft geen aanknopingspunt voor de gedachte dat secundaire openbaarmaking zonder doorgifte bestaat. Considerans 23 van de richtlijn bepaalt: “[Het recht van mededeling aan het publiek] dient zich uit te strekken tot elke dergelijke doorgifte of wederdoorgifte van een werk aan het publiek, per draad of draadloos, met inbegrip van uitzending. Dit recht heeft geen betrekking op enige andere handeling.” (onderstreping van auteur) Met andere woorden: pas als er doorgifte plaatsvindt, kan sprake zijn van secundaire openbaarmaking. Niet alle doorgiften zijn ook een vorm van secundaire openbaarmaking, maar het is wel een vereiste hiervoor.

Deze opvatting heeft ook het voordeel dat dubbeltelling wordt voorkomen. Als embedden immers een nieuwe vorm van openbaarmaking zou zijn, dan zou de rechthebbende kunnen stellen dat hij een keer de embedder kan vragen om een vergoeding als een filmpje wordt afgespeeld, en een keer de primaire aanbieder van het filmpje (want het aanbieden van de embedmogelijkheid zou een vorm van openbaarmaking kunnen zijn, en het streamen van de video zou een vorm van verveelvoudiging kunnen zijn).

Dat het voor de bezoeker niet altijd duidelijk is of een ge-embedde video gestreamd wordt door een derde, doet hier niet aan af. Er is geen enkel aanknopingspunt in de Auteursrechtrichtlijn te vinden dat de perceptie van het publiek relevant is voor de auteursrechtelijke kwalificatie van een (exploitatie)handeling.

Ook als embedden geen openbaarmaking is, betekent dat niet dat de auteur geen mogelijkheid heeft om zich te verzetten tegen exploitatie van zijn video. Vier scenario’s zijn denkbaar:

  • De rechthebbende heeft toestemming gegeven voor openbaarmaking, zowel via de primaire aanbieder (bijvoorbeeld YouTube) als de embedder (de blogger). Als de embed-mogelijkheid bijvoorbeeld in YouTube niet is uitgezet, moet worden aangenomen dat toestemming is gegeven. Embedden mag dan. Iedereen blij.
  • De rechthebbende heeft geen toestemming gegeven voor openbaarmaking op YouTube. Dan kan de maker YouTube aanspreken. Dan zal de vraag of ook de embedder kan worden aangesproken niet aan de orde komen.
  • Mocht de rechthebbende wel toestemming hebben gegeven voor aanbieding via YouTube, maar maatregelen zijn genomen om embedden te voorkomen, dan zal in sommige gevallen sprake zijn van de “omzeiling van een technische voorziening”. Dat is op grond van de Auteurswet niet toegestaan.
  • Het moeilijkste scenario is, wanneer een filmpje met toestemming van de maker op YouTube wordt aangeboden, maar zonder toestemming wordt ge-embed terwijl geen technische maatregel zijn genomen om embedden te voorkomen. Dit zal geen auteursrechtinbreuk zijn, maar het kan mogelijk onrechtmatig zijn, afhankelijk van factoren als: wekt de embedder de indruk dat het filmpje van hem is, en verdient de embedder er geld mee, ten koste van de aanbieder?

Het is in ieder geval verstandig om terughoudend te zijn bij het toepassen van het auteursrecht en aanverwante regels op embedden, want embedden is een belangrijk onderdeel van internet. Te strenge regels doen ook de muziekindustrie geen goed, die juist veel baat heeft bij het embedden van hun materiaal.

Commentaar? Wij zijn benieuwd. Laat het achter in de comments hieronder.

  1. Ronnie

    Ik begrijp wel waarom de industrie zo graag wil dat embedden ook inbreuk maken is, maar het slaat natuurlijk nergens op.
    Er kan een hele simpele vergelijking worden gemaakt met iemand vertellen waar hij een bepaald nummer kan vinden. Dat kan zijn “bij de free record shop” of “een kennis van mij heeft het liedje op een cd staan”. Bij een hyperlink of een embed gebeurt eigenlijk hetzelfde, je “vertelt” iemand anders waar hij/zij iets kan vinden, alleen in plaats van je stem of een stuk papier, gebruik je een stukje techniek.

    Dus de vraag die de industrie eigenlijk moet stellen is: zou het illegaal moeten zijn om te linken/te embedden/mondeling te verwijzen naar/etc. een werk waar auteursrechten op zitten en waarvan is aangegeven dat het niet verspreid mag worden.
    Volgens mij is zo’n regel er wel voorbijvoorbeeld wapens, je mag niet iemand vertellen waar hij illegaal een wapen kan kopen.
    Maar zo’n regel zou in het geval van auteursrechten belachelijk zijn, want je kunt nooit zelf nagaan of een bepaalde website (YouTube bijvoorbeeld) wel de rechten bezet om jou de video te laten embedden.

    De industrie zou beter met websites als YouTube rond te tafel gaan zitten om een vergoeding vast te stellen, dan hun eigen klantenkring criminaliseren.

  2. Robbert-Jan

    Nu ben ik zelf designer en zou er ook niet blij mee zijn als mijn ontwerpen zomaar worden gebruikt zonder toestemming.

    Waar staat trouwens op de website van Buma/Stemra dat ze geld aan 12-jarigen gaan vragen voor het embedden van filmpjes? Het lijkt erop dat de media met van alles en nog wat smijten om een sappig verhaal te verzinnen.
    Na zelf contact te hebben gehad met Buma/Stemra krijg ik een mailtje met erin de volgende tekst: “Wanneer u of uw bedrijf als eigenaar van een URL/ website daarop (beschermde) muziekwerken uit het Buma/Stemra repertoire (of uit dat van zusterorganisaties) als content gaat plaatsen, dient u daar uiteraard rechtstreeks met ons de desbetreffende regeling voor te treffen. Indien het ter beschikking stellen van beschermde muziekwerken plaatsvindt als achtergrondmuziek – ter verfraaiing van uw website (niet ter download), is hierop de overeenkomst ‘Achtergrondmuziek op het internet’ van toepassing.”
    Ergo niet 12-jarigen maar bijvoorbeeld Hyves zou moeten betalen maak ik hier uit op.

    Verder geven jullie zelf dit aan in bovenstaande tekst: “Embedden is hier vrijwel niet van te onderscheiden.” Dus bij embedden gebeurt er iets anders dan bij een hyperlink wat puur een verwijzing is.
    Men vindt het blijkbaar wel normaal als er geld c.q. rechten worden betaald bij secundaire openbaarmaking.
    Gebeurt er bij embedden niet hetzelfde? Je geeft iets door, in dit geval een filmpje, en laat het zien op je eigen website, dus secundaire openbaarmaking als ik bovenstaand verhaal lees.
    Als dat niet zo zijn dan zou ik ook geen kijk-en-luistergeld hoeven te betalen, want de content komt ergens anders vandaan en wordt alleen door UPC of Ziggo doorgegeven.

    Maar wat ik hieruit opmaak is dat als ik jullie logo op een pornowebsite zou gebruiken middels een link, ik volgens jullie kan zeggen: Meneer de rechter, het logo komt van de website van Bits of Freedom middels een link en het is geen inbreuk op het auteursrecht.
    Denk niet dat dat werkt.

    Ach we zien wel hoe het loopt en ik ga denk ik andermans ontwerpen gebruiken, want ik heb het ergens gezien en als het ergens in het openbaar te zien is, mag ik het zomaar gebruiken volgens jullie, toch?

  3. Wessel

    Interessante maar ookwel grappige discussie.

    Volgens het principe in de tekst kan ik het volgende doen:
    Je loopt een cd-winkel binnen en zegt bij de kassa: Ik heb al zo vaak belasting en heffingen betaald bij vorige cd aankopen dat ik vanaf nu alles gratis meeneem. Kijken hoe ver je komt.

    Ik ben het eigenlijk wel met Robbert-Jan eens. Degene die auteursrechterlijk beschermd eigendom op zijn/haar website plaatst moet hier toestemming voor hebben. Het maakt niet uit of dit muziek, foto’s, teksten etc. is. Een illegale handeling blijft een illegale handeling.
    We moeten maar eens stoppen in Nederland met het gedogen van illegale handelingen.
    Blijkbaar zijn heel veel mensen op hun teentjes getrapt, omdat ze iets illegaals doen maar nu wordt de pakkans groter. Dus proberen we van alles aan te grijpen om onder een wet uit te komen.

    Het is net als te hard rijden. Vaak doet men dat en vaak wordt je niet geflitst. Als je geflitst wordt moet je betalen. Wetten en regels zijn er niet voor niets.

  4. Ot van Daalen (Bits of Freedom)

    @Wessel: “Wetten en regels zijn er niet voor niets.”

    Het probleem is juist dat de wet op dit punt onduidelijk is. Dit laat dus ruimte voor interpretatie. Wij menen dat goed verdedigbaar is dat embedden geen vorm van openbaarmaking is.

    Overigens gaat de vergelijking tussen het meenemen van een CD en het inbreuk maken op auteursrechten niet helemaal op. Als ik een CD meeneem, heeft de winkel een CD minder. Als ik inbreuk maak op auteursrecht, heeft de rechthebbende mogelijk minder winst – maar nog steeds zijn muziek. Daar staat tegenover dat meer mensen toegang hebben gekregen tot die muziek. Dat kan ook voordelen hebben voor de muzikant (daarom stuitten de regels over embedden ook op protest van muzikanten).

    Kortom: de reikwijdte van het auteursrecht is onderdeel van een maatschappelijke discussie over de toegankelijkheid van informatie. Door te zeggen dat het auteursrecht net zoiets is als gewoon eigendom, wordt geen recht gedaan aan dat debat.

  5. Melgior

    @Robbert Jan @Wessel Wat jullie hier missen is dat het niet gaat om diefstal van de auteur, maar of het een nieuwe openbaarmaking is.

    De band OK Go plaatst juist graag zijn filmpjes op YouTube en wil graag dat mensen dat ook op hun eigen site plaatsen. Willen ze dat niet, dan moet YouTube de video direct verwijderen en/of kan de band het embedden uitschakelen.

    Volgens Buma/Stemra wel echter geld zien als je die video op je eigen wil laten zien omdat het een ‘nieuwe openbaarmaking is’, dus ook als de auteur toestemming had gegeven om het filmpje op YouTube te laten zien. De video zelf is in dat geval dus gewoon legaal en niemand steelt hier iets van de auteurs.

    Los daarvan vind ik het technisch gezien een vage grens: de gebruiker ziet geen verschil of ik het filmpje invoeg in mijn site, een iframe gebruik of het filmpje in een klein popup venster laad rechtstreeks van de youtube site (zoals dit http://qkpic.com/8dca9 ) of dat ik de youtube link in een nieuw venster open. Dat zijn 4 manieren van linken naar dezelfde video; maar waar begint dan ‘opeens’ die nieuwe openbaarmaking?

    http://qkpic.com/8dca9

  6. Paul Jansen

    De discussie is een voorbeeld van toepassing van wetten op situaties waar de wetten niet voor bedoeld waren, of in iedere geval niet konden voorzien. Oplossing is dan, uiteraard, de door Ot terecht opgemerkte onduidelijkheid van de wetten op de interpretatie ervan in onvoorziene omstandigheden in een nieuw (wettelijk) kader zetten dat … glashelder is. Het iDNA Manifest (4.1) biedt dat precies. Pas het maar eens toe op zowel ‘embedden’ als op het CD voorbeeld.

  7. Melgior

    Ik heb even een voorbeeldje gemaakt van de verschillende manieren van het invoegen van filmpjes:
    http://tinyurl.com/ylygbxy

    Vertel mij maar eens welke dan illegaal is en welke niet!

  8. Floor Terra

    Wat ik graag zou zien is meer duidelijkheid over het “omzeiling van een technische voorziening”. Wanneer is iets een “technische voorziening” die moet voorkomen dat ik embed of download en wanneer is het simpelweg het ontbreken van een handige feature die het makkelijker maakt om dit te doen?

    Zodra je moet gaan betalen voor het embedden van bepaalde content creëer je een groot gevaar voor iedereen die content embed. Als ik een leuke videoclip met een Creative Commons licentie embed op mijn site waan ik mij veilig. Maar wat als de provider van deze video besluit om op deze zelfde url opeens een Spice Girls videoclip te laten zien? Of wat als de bezoekers van mijn site door kunnen klikken naar “verwante video’s” (zoals bij Youtube het geval is) die mogelijk wel videoclips bevatten waar ik voor zou moeten betalen? Ben ik daar verantwoordelijk voor?

  9. jeroen schouten

    Over YouTube embedded videos. De embed functie kan via de admin tools worden uitgezet. Dus als de video op YouTube is geplaats door de rechthebbende en hij zet de functie niet uit dan verleend hij aan YouTube daarvoor een licentie.

  10. Maarten

    Ik wil graag de stelling verdedigen dat embedden inderdaad geen auteursrechtelijke openbaarmakingshandeling is, maar best een onrechtmatige daad kan zijn. Als we aannemen dat embedden een openbaarmakingshandeling inhoudt dan is er geen belangenafweging meer mogelijk door een rechter. Er moet dan namelijk worden aangenomen dat die belangenafweging al heeft plaatsgevonden door de wetgever, en dat die belangenafweging in het voordeel van de rechthebbende is uitgevallen. Elke “embed” is dan een openbaarmaking, en daarmee niet toegestaan zonder toestemming van de rechthebbende. Ik meen echter dat embedden een belangrijk onderdeel is van het internet zoals we het kennen, en dat er genoeg situaties denkbaar zijn waarin embedden best moet mogen. Denk bijvoorbeeld aan een blogger die, zonder enig winstoogmerk maar puur als hobby, muziekrecensies schrijft. Als hij ter illustratie van een recensie dan een embedded link opneemt naar een filmpje op YouTube, dan moet dat wat mij betreft zijn toegestaan. Als embedden echter een openbaarmakingshandeling is dan mag dat dus niet. Als we daarentegen aannemen dat embedden geen openbaarmakingshandeling is, maar mss wel een onrechtmatige daad, dan kan een rechter in het concrete geval afwegen of embedden wel of niet is toegestaan. Daarbij kunnen zowel de belangen van de rechthebbende, de “embedder”, en het algemeen belang (informatievrijheid bijv.) worden meegwogen. Daarmee kan een balans worden gevonden tussen al deze belangen, wat anders niet mogelijk is. Aangezien embedden in vele kleuren, geuren en smaken kan gebeuren is een dergelijke aanpak volgens mij beter dan de principiele keuze in het voordeel van de rechthebbende…

  11. Maarten

    In toevoeging op bovenstaande. Ik was vergeten om in mijn betoog mee te nemen dat het auteursrecht uiteraard excepties kent waardoor embedden soms toch mogelijk zou zijn, zelfs als het een openbaarmakingshandeling is. Maar, die excepties zijn wat mij betreft toch niet ruim genoeg om embedden in al zijn facetten te dekken. De principiele keuze dat embedden een openbaarmaking is, met het beperkt aantal excepties die daarbij horen, doet geen recht aan alle betrokken belangen.

  12. Henk Schanssema

    De zienswijze van Hendrik S. [naam weggelaten in verband met mogelijke inbreuk op diens naamsrecht] lijkt eerder ingegeven door belangen dan door beginselen.

    Volgen wij die zienswijze, dan zou elke verwijzing (zonder toestemming) naar informatie, die door een ander wordt aangeboden, inbreuk maken op diens rechten.

    Een bijzonder saaie wereld zou daarvan het gevolg zijn. Immers leeft een samenleving van verwijzingen!

    Ook valt dan niet in te zien wat het doel van de website van advocatenkantoor [censuur] dan nog is, behoudens eventuele aanvullende informatie, waarnaar alleen door het kantoor zelf nog mag worden verwezen.

    Ik zag ook enkele links op de site van het kantoor van Hendrik S. Heeft men daarvoor wel toestemming gevraagd?

    Het bovenstaande – enigszins satirisch bedoelde – betoog laat zien dat de route van Hendrik S. paradoxaal is.

    Op het moment dat een publicatie het licht ziet, kan het worden vermenigvuldigd. Bitjes laten zich nu eenmaal makkelijker manipuleren dan andere “klassieke
    informatiedragers en dat vraagt om een nieuwe structuur.

    Krampachtig vasthouden aan gedateerde opvattingen leidt uiteindelijk tot niets.

  13. Peter Aggenbach

    Het beste is inderdaad dat de Auteurswet op de schop gaat.

    Zelf ben ik slachtoffer van een zekere Peter Vincent Schuld, persfotograaf (Google hem maar). Hij heeft een geheel nieuwe bron van inkomsten aangeboord. Hij zet o.a. foto’s van hem, van bekende Nederlanders online, die gemakkelijk met de zoekmachines gevonden worden. Wanneer een argeloze blogger of zelfs kinderen van 13 en 14 jaar, die een voebalsiteje onderhouden en zíjn foto van Johan Cruijff gebruiken, gaat er direct een dreigbriefgekoppeld aan een factuur de deur uit.

    Zo kreeg ik van Peter Vincent Schuld een factuur van 8.686,99 EUR voor een paar foto’s. De foto’s stonden gewoon op de website van de Telegraaf, via een dieplink kwamen ze op mijn website terecht. Mijn advocaat (SOLV A’dam), zeker niet de eerste de beste op dit gebied, adviseerde toch maar met Peter-Vincent Schuld te schikken (uiteindelijk betaalde onze stichting nog 1000 Euro). De reden hiervoor was dat de advocaat vond dat het opnieuw, maar nu in mijn webomgeving en in mijn opmaak etc .etc., (her)uitgeven van de foto’s, door een rechter altijd gezien zou worden als overtreding van de Auteurswet.

    Dat de fotograaf geen zaken aanspant tegen de zoekmachines heb ik slecht begrepen, want daar gebeurd hetzelfde. Maar ja, de zoekmachines bieden zijn ‘waar’ ook netjes aan natuurlijk.

    Ook lees ik nooit ergens iets over hoe vaak er werkelijk oogcontact is. De foto’s op mijn website werden ‘wellicht’ 50 maal bekeken,…. Is dat 8.686,99 EUR waard?

    Al met heb ik veel geleerd. Ik ben tot de conclusie gekomen dat wanneer de rechthebbende zijn ‘unieke’ werk aan het Internet toevertrouwd, hij/zij met die handeling direct afstand doet van al zijn rechten, Basta!!

    Mijn dossier staat ‘ter lering en vermaak’ gewoon online: http://digitaal.almere.cc/schuld

  14. loes

    embedden kun je uitschakelen ; dus als dat niet gedaan wordt door degene die het plaatst/publiceert, zorgt hij zelf voor verdere verspreiding, hetgeen tegen gemaakte afspraken kan zijn , dus hij is daar verantwoordelijk voor en kan daar ook op aangesproken worden als het om ruimer gebruik gaat dan de afspraak was.– aan de andere kant is het zo dat het het werk van een ander is wat je dient te respecteren, en niet mee aan de haal moet gaan – dus kan embedden nog steeds inbreuk in auteursrechten zijn – je kunt werk van een ander ook downloaden maar dan moet je het niet gaan uploaden met onder je eigen naam, daar moet je ook gewoon van afblijven – en zo kan ik nog wel doorgaan.

  15. Auteursrecht: voor innovatieve hervorming moet je niet in Nederland zijn « Bits of Freedom

    […] dat het embedden van auteursrechtelijk beschermd werk geen auteursrecht inbreuk was. Dat weten wij natuurlijk al jaren, maar de Buma’s van deze wereld doen daar soms moeilijk over. Embedden is geen nieuwe […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Help mee en steun ons

Door mijn bijdrage ondersteun ik Bits of Freedom, dat kan maandelijks of eenmalig.